Social position and sense making (2014)

Met de Ooa leeskring ‘wetenschappelijke literatuur’ lazen we – in mei 2017 en februari 2018 – het volgende artikel: Locket et al. (2014), The influence of social position on sensemaking about organizational changeAcademy of Management Journal, Vol. 57(4), pp 1102-1129.

Dit artikel is gepubliceerd in een peer-reviewed journal met een zeer hoge ‘impact factor’. Het staat in hoog aanzien in de wetenschappelijke wereld en publiceren in dit journal is voor weinig weggelegd. Het artikel is recent en er wordt inmiddels veel naar gerefereerd.

In deze publicatie wordt aan de hand van een case inductief onderzoek gedaan en theorie ontwikkeld die aanvult over hoe de sociale positie – die gevormd wordt door sociaal, cultureel, economisch en symbolisch kapitaal –  bepalend is voor de manier waarop iemand betekenis geeft (sensemaking) aan een veranderopgave en aan in welke mate de veranderopgave haalbaar is. Uiteindelijk convergeren onderzoekers de rijke data naar een aantal hypothesen. Data en hypothesen worden aan de hand van drie voorbeeldrollen (personen) geanalyseerd en geformuleerd. De rolmodellen kunnen deelnemers van de leesclub gebruiken in hun eigen praktijk omdat ze nogal tot de verbeelding spreken.

Belangrijkste onderdelen zijn organisatieverandering, sociale positie, dispositie (aanleg, focus) en sensemaking (opportunity construction, opportunity problematization) en visie op verandering. Deze onderwerpen sluiten goed aan bij de praktijk van veel Ooa leden.

Onderliggende literatuur betreft met name betekenisgeving (sensemaking, Weick 1995), social position (Sauder 2008) en de theory of practice (Bourdieu 1977). De diverse kwalitatieve data leidt door middel van ‘coding’ tot theorieontwikkeling. Er wordt gebruik gemaakt van ‘first-order-codes, theoretical categories en aggregate theoretical dimensions’.  Door deductive reasoning worden de inductieve codes gelinkt aan bestaande concepten en frameworks.

Belangijke flaw is ons inziens de beperkte sample. Ondanks het theoretisch samplen en een naar eigen zeggen multicase study, lijkt dit toch meer op een studie met n=1. We zijn het er wel over eens dat het een gedegen onderzoek is met een rijke databron (triangulatie, saturatie, langere onderzoeksperiode, verschillende rollen van onderzoekers e.d.). Een aantal praktijkvoorbeelden was onderwerp van gesprek waarbij gereflecteerd werd op klanten of mensen in het team dat begeleid werd en die overeenkomsten vertoonden met de rolmodellen uit het artikel. Een deel van het gesprek ging over of en hoe wij zelf binnen ons werk individueel gericht of groepsgericht zijn; spreken we bijvoorbeeld over ‘de teamleiders die iets willen’ of spreken we over ‘teamleider Pietje die er anders in zit dan teamleider Klaasje’ etc. Reflecterend zouden we meer rekening kunnen houden met de mogelijke effecten van sociaal en cultureel kapitaal op hoe mensen betekenis geven aan het oplossen van problemen, de problemen die ze daarbij tegen zullen gaan komen en of ze de mogelijkheden zien van hun eigen rol. De drie beschreven rolmodellen zullen we in de toekomst wellicht nog wel eens aan refereren (Ruth, Mark en Florence).

Naar voren kwam dat wij – door dit artikel – nu iets denken te weten wat onze omgeving en klanten niet weten of zien. En in het verlengde daarvan, wat doe je als een klant/opdrachtgever de urgentie niet ziet of wil zien en jij vindt dat het er dik boven op ligt, bijvoorbeeld dat iemand een beperkt cultureel kapitaal heeft en dat betekenisgeving wel eens veel te gekleurd zou kunnen zijn?

We hebben ook gesproken over hoe het artikel in het denkkader van Thijs Homan zou passen? Enerzijds zijn sensemaking en de rol van individuen en de onverwachte uitkomsten van verandering iets dat past binnen zijn gedachtegoed. Anderzijds is de publicatie geschreven binnen het paradigma van de maakbare wereld waar je ‘de juiste change agents zou moeten kunnen kiezen die vervolgens een gewenst resultaat kunnen opleveren’.

Lockett et al. (2014) The influence of social position on sensemaking about organizational change (AMJ)